Grafisch woordenboek

Kom je een term tegen die je niet kent? In dit grafisch woordenboek leggen we alle begrippen rond het drukken van boeken, magazines en catalogi helder uit, van afloop en CMYK tot rugdikte en staffel.

A   B   C   D   F   G   H   I   K   L   O   P   R   S   Z

A

Afloop. De extra 3 mm beeld die je rondom je pagina doorlaat lopen, zodat er na het snijden geen witte randjes ontstaan. Ook wel bleed genoemd.

B

Bedrukking. Geeft aan of een pagina in kleur (4/4, CMYK) of zwart-wit (1/1) wordt gedrukt. Het eerste cijfer is de voorzijde, het tweede de achterzijde.

Bindwijze. De manier waarop de pagina’s tot een boek worden samengevoegd, zoals gelijmd of genaaid.

Binnenwerk. Alle binnenpagina’s van je boek, los van de omslag. Meestal aangeleverd als één PDF in de juiste volgorde.

C

CMYK. Het kleursysteem voor drukwerk: Cyaan, Magenta, Yellow en Key (zwart). Lever je bestanden altijd in CMYK aan, niet in RGB.

D

Digitaal drukken. Druktechniek zonder drukplaten, ideaal voor kleine oplages en print-on-demand. Snel en voordelig vanaf 1 exemplaar.

DPI. Dots per inch: de resolutie van je afbeeldingen. Voor scherp drukwerk lever je beelden op ware grootte aan met minimaal 300 DPI.

F

FSC-papier. Papier met een keurmerk dat garandeert dat het hout uit verantwoord beheerde bossen komt. Een duurzame keuze voor je boek.

Full-colour. Druk in volledige kleur (CMYK, 4/4). Nodig voor foto’s en kleurrijke illustraties.

G

Garenloos gebonden. Bindwijze waarbij de katernen worden afgefreesd en met lijm aan de rug bevestigd. Ook wel perfect binding of gelijmd genoemd.

Genaaid gebonden. Luxe, sterke bindwijze waarbij de katernen met garen aan elkaar worden genaaid. Gaat generaties mee.

Grammage. Het gewicht van papier in gram per vierkante meter (g/m²). Hoe hoger het getal, hoe dikker en steviger het papier.

H

Hardcover. Boek met een stevige, kartonnen kaft. Premium uitstraling, ideaal voor foto-, kunst- en jubileumboeken.

I

ISBN. Internationaal uniek boeknummer waarmee je boek wereldwijd herkenbaar en verkoopbaar is via de boekhandel.

K

Kapitaalband. Het gekleurde bandje boven- en onderaan de rug van een hardcover, voor een verzorgde afwerking.

Katern. Een gevouwen vel met meerdere pagina’s dat samen met andere katernen het boekblok vormt.

Kleurprofiel. Een instelling (ICC-profiel) die bepaalt hoe kleuren worden weergegeven. Voor drukwerk gebruik je een CMYK-profiel.

L

Laminaat. Een dunne folielaag op de omslag, in mat of glans, die beschermt en de uitstraling versterkt.

Leeslint. Een lintje in de rug van het boek dat als bladwijzer dient. Een luxe detail bij hardcovers.

O

Offset drukken. Druktechniek met drukplaten, zeer geschikt voor grote oplages met constante, hoge kwaliteit.

Omslag. De buitenkant (cover) van je boek: voorzijde, rug en achterzijde. Meestal als aparte PDF aangeleverd.

Oplage. Het aantal exemplaren dat je laat drukken. Bij ons vanaf 1 stuk; de stukprijs daalt naarmate de oplage stijgt.

P

Pagina’s. De binnenpagina’s van je boek. Het totaal is meestal een even aantal, omdat elk vel twee zijden heeft.

Pantone. Een systeem van vaste steunkleuren (PMS) voor exacte kleurweergave, bijvoorbeeld voor een logo.

PDF/X. De aanbevolen bestandsstandaard voor drukwerk: een PDF met ingesloten lettertypen, CMYK-kleuren en afloop.

Perfect binding. Engelse term voor garenloos/gelijmd binden: katernen afgefreesd en met lijm aan de rug bevestigd.

Preegdruk. Reliëfdruk waarbij tekst of beeld in het papier wordt geperst (verhoogd of verdiept) voor een tastbaar effect.

Print-on-demand. Boeken drukken op het moment dat er vraag is, vaak per stuk. Geen voorraad en geen risico op overschot.

Proefdruk. Een fysiek voorbeeldexemplaar dat je vóór de volledige oplage ontvangt om kleur en kwaliteit te controleren.

R

Resolutie. De scherpte van een afbeelding, uitgedrukt in DPI. Te lage resolutie geeft korrelig of onscherp drukwerk.

RGB. Kleursysteem voor beeldschermen (Rood, Groen, Blauw). Voor drukwerk zet je je bestanden om naar CMYK.

Rugdikte. De dikte van de rug van je boek. Deze hangt af van het aantal pagina’s en de papierdikte en bepaalt de opmaak van je omslag.

S

Schutblad. Het (vaak gekleurde) blad dat de omslag met het binnenwerk verbindt bij een hardcover.

Snijtekens. Markeringen buiten het paginaformaat die aangeven waar het papier wordt afgesneden.

Softcover. Boek met een flexibele, kartonnen omslag. Licht, scherp geprijsd en veelzijdig. Ook wel paperback genoemd.

Spot UV. Een glanzende UV-lak op specifieke delen van de omslag, voor een contrastrijk, luxe accent.

Staffel. De prijstrap: hoe groter de oplage, hoe lager de prijs per exemplaar.

Steunkleur. Een vooraf gemengde kleur (bijvoorbeeld Pantone) die naast of in plaats van CMYK wordt gedrukt.

Stofomslag. Een losse, bedrukte omslag om een hardcover heen, vaak met flappen. Beschermt en verfraait het boek.

Z

Zwart-wit. Druk in één kleur (1/1), meestal zwart. Voordelig voor romans en tekstboeken zonder kleurenfoto’s.